In dit artikel gaat het niet alleen om de signalering van wat er verkeerd is gegaan, maar ook om de vraag waarvoor en waarom er vergunning is verleend op basis van het advies van de Commissie voor Welstand en Monumenten (CWM), en in hoeverre dit advies van de welstandscommissie afwijkt van het advies zij op haar beurt ontving van het gemeentelijke Bureau Monumenten en Archeologie (BMA).
![]() |
![]() |
Oudezijds Achterburgwal 63 na restauratie in 2011 (foto Wim Ruigrok) | Oudezijds Achterburgwal 63 in 1963 (foto C.P. Schaap, BMA) |
Voor orde 2-panden geldt dat ‘oorspronkelijke gevelelementen dienen te worden gehandhaafd en indien nodig hersteld. Hierbij is gebruik van niet-authentieke materialen toegestaan, mits deze visueel volledig overeenkomen met de oorspronkelijke vorm, kleur en detaillering’. Bij monumenten moet nóg zorgvuldiger worden gewerkt. Bij de restauratie van Oudezijds Achterburgwal 63 is dit echter zeker niet gebeurd. Stadsgoed heeft meerdere malen plannen ingediend die technisch wel in herstel voorzagen, maar tegelijkertijd schade aanrichtten aan het monument, zowel aan de uiterlijke verschijningsvorm van dit sobere burgerwoonhuis als aan het interieur.
Het uiteindelijke resultaat voldoet ook niet aan de verwachting.
Zo is de hijsbalk gereduceerd tot een kale, haakloze schim van de omtimmerde hijsbalk die nog te zien is op de foto’s van voor
de restauratie. De hijsbalk stond überhaupt niet op de tekening van de bestaande situatie, die bij de bouwaanvraag was ingediend,
en kon dus op iedere willekeurige manier worden opgeleverd. De geornamenteerde omtimmering werd niet hersteld.
Daarnaast is boven de ingangspartij op de beletage in plaats van de oorspronkelijke omgekorniste lijst, een merkwaardige,
onhistorische timpaanbetimmering aangebracht. Deze was reeds op de tekening van de bestaande situatie aangegeven en leek
daardoor geen wijziging. Bovendien is deze betimmering uiteindelijk niet volgens tekening uitgevoerd, waardoor het timpaan
niet goed geproportioneerd is ten opzichte van de rest van de deuromtimmering.
Ook het metselwerk is ‘hersteld’: schoongemaakt en opnieuw gevoegd. Op de vergunde tekening staat geschreven: “het voegwerk
van de voorgevel zal waar nodig worden hersteld met een kalk snijvoeg welke minimaal 8 weken zal uitharden. Hierna zal de
gehele voorgevel worden geolied in de kleur donkerbruin.” Deze werkomschrijving leek in combinatie met een werkoverleg voor
BMA een aanvaardbare aanpak op te leveren, maar zoals helaas vaak gebeurt, is het metselwerk bij dit zogenaamde herstel
ernstig beschadigd. Voor een uitgebreid verhaal over de schadelijke gevolgen van ‘gevelherstel’ verwijs ik naar
het artikel in Binnenstad 243.
De meest storende fout is echter de verkeerde roedeverdeling van de ramen. Bij de restauratie zijn de authentieke
empire-schuiframen, twee ruiten brede vensters met een brede middenroede, vervangen. De middenroeden zijn nu smal uitgevoerd,
waardoor niet alleen het verticale accent van de middenroede verloren is gegaan, maar ook de verhoudingscorrectie, die
oorspronkelijk overal staande ruitvormen opleverde; de ruiten op de tweede verdieping zijn nu vierkant en de ruiten op de
zolder hebben door het aanbrengen van een extra roede een liggende vorm gekregen. Waarschijnlijk waren de ramen wel aan
vervanging toe, maar dat is geen reden om de bestaande verschijningsvorm niet te handhaven.
Op de historische foto’s zijn de hijsopeningen duidelijk onderscheiden van de andere vensters. Helaas is het historische gebruik van de middenvensters nu nauwelijks meer van de gevel af te lezen.
![]() |
Oudezijds Achterburgwal 63 vóór restauratie in 2009 (foto Walther Schoonenberg) |
Wat de voorgevel betreft hebben BMA en de welstandscommissie tot driemaal toe bezwaren geuit over de indeling van de ramen –
die weken in de oorspronkelijke plannen nog veel meer af van het bestaande – en heeft men getracht het ‘herstel’ van het
voegwerk te minimaliseren. Ook heeft BMA voorkomen dat er een flamboyant bordes werd toegevoegd, dat de achtergevel
volledig werd gepleisterd, dat de zeventiende-eeuwse houten trap in het pand werd gesloopt, dat de ravelingen van de
verdiepingsvloer zijn verwijderd, dat de gevels geheel werden geïsoleerd en dat er in het achterhuis een vide werd
uitgebroken. Nadat Stadsgoed had toegezegd de vensters zoveel mogelijk te zullen behouden en bij eventuele vervanging uit
te gaan van de bestaande, heeft BMA de afweging gemaakt geen verdere bezwaren te formuleren; het bureau heeft maar beperkte
mankracht per dossier en kan niet elke tekening van de bestaande toestand volledig controleren.
Deelcommissie 1A van CWM heeft het advies van BMA letterlijk overgenomen in haar advies aan het stadsdeel (in te zien via
www.welstand.amsterdam.nl). Misschien wel té letterlijk,
aangezien BMA de adviezen aan de Commissie heeft geformuleerd als voorstel voor een wenselijk uiteindelijk advies, terwijl
de enigszins vrijblijvende toon niet thuishoort in de eisen die het stadsdeel aan de aanvrager stelt. Het is altijd lastig
om in een vergunning duidelijk vast te leggen wat men beoogt, maar ook als eisen zorgvuldig en duidelijk zijn gesteld, blijft
dit een kwestie van toezicht en eventueel van handhaving achteraf – wanneer iets eenmaal verkeerd is uitgevoerd, is herstel
vaak moeilijk af te dwingen. Bovendien lijkt het stadsdeel handhaving in dit soort gevallen niet noodzakelijk te vinden.
De nieuwe toestand van de voorgevel doet de inspanningen en de goede naam van Stadsgoed teniet. Het aanzicht suggereert wel een historisch beeld, maar bij nadere beschouwing kloppen er teveel onderdelen niet, en dit is geen kwestie van gebrek aan budget. Voor (letterlijk) hetzelfde geld had een echt historisch beeld gebaseerd op feiten opgeroepen kunnen worden. Wat hier nu staat is een falsificatie van ons erfgoed. Door deze ongelukkige restauratie is de status van de firma NV Stadsgoed als betrouwbare en zorgvuldige partner in het restauratieveld van de Amsterdamse binnenstad aangetast. Het is een voorrecht om in een prachtige, waardevolle, historische binnenstad te mogen werken, maar daarvoor zijn kennis van zaken en zorgvuldigheid wel een vereiste.
Me t relatief simpele ingrepen is de aantasting van het historische beeld van de gevel nog wel enigszins te ondervangen. Zo kan de hijsbalk weer fatsoenlijk worden afgewerkt, de bovenzijde van de deuromlijsting weer in de oude staat worden teruggebracht en kunnen de kozijnen van een breder middenprofiel worden voorzien waardoor de verticale geleding van de historische ramen alsnog wordt benaderd. Het zou helemaal mooi zijn als de ramen op de zolderverdieping werden vervangen door vensters met één horizontale roede. Gezien de kwaliteit van het voegwerk en het smetten op de gevel zou het goed zijn om de gevel opnieuw te laten oliën om de ergste schade te maskeren.
De meeste problemen met restauraties komen voort uit eisen en werkwijzen van eigenaren en aannemers die niet voor monumenten
geschikt zijn, terwijl diezelfde eigenaren door de wetgever steeds meer de verantwoordelijkheid voor het monumentenbehoud
krijgen, ondanks het feit dat zij gemiddeld genomen telkens opnieuw bewijzen deze niet aan te kunnen. De nieuwe
WABO-procedures, de regels voor vergunningsvrij bouwen aan monumenten en het woningwaarderingstelsel vormen een grote
bedreiging voor onze monumenten.
Het is heel erg jammer dat Oudezijds Achterburgwal op deze manier ‘gerestaureerd’ is, maar als dit voorval kan dienen als
voorbeeld van wat er mis gaat en helpt om verandering te brengen, is het verlies aan historische waarde en harmonisch
gevelbeeld niet helemaal voor niets geweest.
Joris Hogeweg-Lek
Joris Hogeweg-Lek is student bouwkunde en architectuurgeschiedenis.
(Uit: Binnenstad 247, augustus 2011)
Door in te loggen, kunt u ondermeer uw gegevens beheren. Alleen leden hebben een inlogaccount.
Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.
Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.