Scholen, salons en sjoels

Joods cultuurhistorisch erfgoed in de gebouwde omgeving

In 2003 voerde onze vereniging actie voor het behoud van de voormalige onderwijzerswoning van de Sophie Rosenthal-bewaarschool in de Nieuwe Uilenburgerstraat. Dit leidde tot de opdracht van het stadsdeel Amsterdam Centrum aan het Bureau Monumenten & Archeologie (BMA) voor een inventarisatie van Amsterdamse gebouwen met een joodse achtergrond, met het doel de joodse cultuurhistorische sporen in de gebouwde omgeving van de binnenstad beter in kaart te brengen in de verwachting daarmee het resterende joods cultuurhistorisch erfgoed in onze stad veilig te stellen. Aangezien al voor de Tweede Wereldoorlog het overgrote deel van de joodse bevolking niet meer in het centrum woonde, maar in Oost en Zuid, hoopte BMA dat die stadsdelen het onderzoeksproject zouden voortzetten. In het najaar van 2008 verscheen van Naomi Koster en Jeroen Schilt het rapport Inventarisatie Joods Cultuurhistorisch Erfgoed.
De voormalige onderwijzerswoning van de Sophie Rosenthal-bewaarschool aan Nieuwe Uilenburgerstraat 59

Nu we een goed jaar verder zijn, kunnen we een voorlopige balans opmaken: wat is er met het rapport gebeurd? En zijn de aanbevelingen van de auteurs, variërend van het aanbrengen van tekstbordjes tot plaatsing op de Gemeentelijke Monumentenlijst, ter harte genomen?

Een wandelaar die van de Hermitage de Nieuwe Herengracht op loopt, passeert waarschijnlijk zonder het te weten vier eeuwen Amsterdams-joodse cultuurgeschiedenis. Waar nu een studentendispuut huist, bevond zich vanaf het eind van de achttiende eeuw het Oudemannenhuis van de Portugese gemeente (nr. 33). Een sierlijke gevelsteen met Hebreeuwse tekst herinnert hier nog aan. Vijf huizen verder zien we de woning van jonkheer Augustus Lopes Suasso, de negentiende-eeuwse kunstminnaar wiens verzameling de basis zou vormen voor de collectie van het Stedelijk Museum (nr. 43). Zijn buurman was de schrijver/dichter Isaac da Costa (nr. 45). Het pand ernaast is het (in 1993 herbouwde) woonhuis van de zeventiende-eeuwse edelman Nunes da Costa, handelaar in vijgen, tabak, suiker en diamant, wiens schenking de bouw van de Portugese synagoge mogelijk maakte (nr. 47). Vervolgens vinden we op nummer 93 de vroeg negentiende-eeuwse 'bewaar- en volgschool voor Israëlitische kinderen uit gegoede stand'. Vijf huizen daarnaast bevond zich in de zeventiende eeuw het indrukwekkende woonhuis van drukker Joseph Athias. In ditzelfde pand was begin twintigste eeuw het joodse restaurant-annex-feestsalon Huize Stranders gevestigd (nr. 103). Tot de deftige clientèle behoorde wellicht buurman George Rosenthal, de bankier aan wie de stad de Bibliotheca Rosenthaliana te danken heeft. Hij woonde op nr. 111. En zo zouden we nog wel even door kunnen wandelen.

Nieuwe Herengracht 33
Nieuwe Herengracht 93

In de hele binnenstad struikel je over Amsterdams-joodse geschiedenis. Dat Amsterdam niet alleen in karakter maar ook in uiterlijke verschijningsvorm vanaf de zestiende eeuw sterke invloeden heeft ondergaan van zijn joodse bevolkingsdeel, behoeft geen betoog. Maar terwijl de meeste Amsterdammers zich nog wel bewust zijn van een topmonument als de Portugese synagoge, ontbreekt het, ook in bestuurlijke kringen, veelal aan verdere kennis over of besef van dit gebouwde joodse erfgoed. Talrijk zijn dan ook de voorbeelden waar onnadenkend hiermee werd omgesprongen. Denk alleen maar aan de naoorlogse kaalslag van wat er restte van de oude jodenbuurt. Of aan de sloop in 1976 van de voormalige Talmoed Toraschool-met-synagoge aan de Plantage Middenlaan, ook wel bekend als de crèche van waaruit vele joodse kinderen in veiligheid zijn gebracht.

We hoeven niet eens zo ver terug in de tijd als het gaat om geplande vernieling van belangrijk erfgoed; eind jaren negentig stond de negentiende-eeuwse bebouwing in de Prof. Tulpstraat op de slooplijst. Deze straat, gelegen tegenover het Amstel Hotel, vlakbij de diamantbeurs op het Weesperplein, was vóór de oorlog een belangrijk centrum van de joodse diamanthandel. Harry Elte, architect van de Obrechtsjoel (de huidige Raw Aron Schuster Synagoge) en hoofdarchitect van de joodse gemeente, verbouwde hier een aantal panden en hield vanaf 1917 zelf kantoor in deze straat. Tijdens de bezetting was hier een afdeling van de Joodse Raad gevestigd en na de oorlog het hoofdkantoor van het Nederlands-Israëlitisch Kerkgenootschap. De bebouwing kwam echter niet in aanmerking om als monument beschermd te worden. Monumentenzorg, dat in het kader van het Gemeentelijk Monumentenproject de opdracht had gevels en straatbeeld te beoordelen, had immers aangegeven de panden niet bijzonder genoeg te vinden. De slopers konden aan de slag. Omdat men alleen keek naar de architectonische verschijningsvorm, ging men voorbij aan de cultuurhistorische aspecten van deze panden. Gelukkig werd de straat gered, dankzij de inspanningen van een kleine groep particulieren. Maar het had niet veel gescheeld of er was weer een hoofdstuk uit de joodse cultuurgeschiedenis van de stad gewist. Naar aanleiding van dit bijna-debacle beseften de stadsbestuurders dat er echt iets moest gebeuren om het joodse erfgoed beter te beschermen. Als eerste stadsdeel gaf Centrum in 2005 aan BMA dan ook de opdracht om een inventarisatie te maken van dit erfgoed om zo de gebouwde omgeving in relatie tot de joodse cultuurhistorische sporen in de binnenstad in kaart te brengen.

Het resultaat van de inspanningen was een selectie van 127 panden in het centrum, de zogenaamde Aandachtslijst Joods Cultuurhistorisch Erfgoed. Deze wordt voorafgegaan door een inleiding over de geschiedenis van het joodse leven in Amsterdam, gevolgd door een calendarium met de belangrijkste data en een uitgebreid literatuuroverzicht. Als belangrijkste basis voor de aandachtslijst diende het boek 'Wandelingen door joods Amsterdam' van Stoutenbeek en Vigeveno. Aan de panden die daarin voorkomen, voegden Koster & Schilt nog een aantal gebouwen toe. Een dergelijke lijst kan niet volledig zijn. Dat was ook niet de bedoeling van de onderzoekers. In dit kader wijzen zij op de angst voor een stigmatiserende werking die zou kunnen uitgaan van een allesomvattend onderzoek. Daarom werd ervoor gekozen een selectie van gebouwen op de aandachtslijst te plaatsen die tezamen een redelijk complete afspiegeling vormen van het joodse leven in Amsterdam vanaf de zestiende eeuw. Op de lijst staan bedrijven, scholen, synagoges, theaters, verenigingsgebouwen, woonhuizen en zorginstellingen. We komen veel bekende voorbeelden tegen zoals de Uilenburger synagoge, Tuschinski of Metz & Co, maar ook gebouwen waarvan de joodse historie minder voor de hand ligt. Welke gast van eethuis De Cantharel in de Weesperstraat – die zich zijn broodje beenham goed laat smaken – beseft dat dit destijds een chewresjoel (uitvaartsynagoge) was?

Theo Bamberg alias Okito

En wie zou vermoeden dat achter de zojuist gerenoveerde gevel van Amstelveld 17 ontelbare goocheltrucs zijn uitgedacht die van hieruit de wereld zouden veroveren? Een eeuw geleden woonde hier hofgoochelaar David Tobias Bamberg. Dit lid van de vermaarde prestidigitateurs-dynastie was de vader van Theo Bamberg – artiestennaam Okito – en de grootvader van David Theodore, die als Fu Manchu wereldfaam genoot.

De geïnventariseerde bouwwerken werden vervolgens getoetst aan het Amsterdams Monumenten Inventarisatie Systeem (AMIS), de uitgebreide gemeentelijke databank van BMA, die tot doel heeft alle waardevolle gegevens over monumenten en archeologische gebieden veilig te stellen. Het merendeel van de gebouwen op de aandachtslijst werd al in enige hoedanigheid – als rijks- dan wel gemeentelijk monument – beschermd. De monumentenbeschrijvingen waren echter, zoals tot begin jaren negentig gebruikelijk, vaak summier, terwijl in de meeste gevallen een cultuurhistorische beschrijving helemaal ontbrak. Daarom zijn er inmiddels uitvoerige gebouwbeschrijvingen gemaakt, ook van panden die uiteindelijk misschien geen monument zullen worden. In die beschrijvingen komt niet alleen de architectonische, architectuurhistorische en stedenbouwkundige situatie aan bod, maar is er vooral ook aandacht voor de bredere cultuurhistorische context van het gebouw in kwestie. De cultuurhistorische beschrijvingen zijn inmiddels opgenomen in AMIS. Helaas is dit systeem voor 'buitenstaanders' nog niet toegankelijk, maar het is wel al bij BMA in te zien. Er wordt aan gewerkt om deze databank gedeeltelijk openbaar te maken. In verband met privacyoverwegingen zullen bepaalde gegevens, bijvoorbeeld met betrekking tot het interieur van de panden, permanent afgesloten blijven voor het publiek.

Amstel 53 / Nieuwe Keizersgracht 2

Zoals gezegd genoot het merendeel van de panden al bescherming, maar dat gold niet voor alle gebouwen. Voor die panden raden de auteurs plaatsing aan op de Gemeentelijke Monumentenlijst omwille van joodse cultuurhistorische aspecten. Dit heeft in een aantal gevallen geleid tot aanwijzing als gemeentelijke monument, zoals in het geval van Amstel 53/ Nieuwe Keizersgracht 2, waar vanaf 1794 het Oudevrouwenhuis van de Portugees-Israëlitische Gemeente was gevestigd.

Bij een dergelijk project dringt zich onherroepelijk de vraag op: wat maakt een gebouw nu tot joods cultuurhistorisch erfgoed? Digitaal Erfgoed Nederland definieert 'erfgoed' als: 'Sporen uit het verleden in het heden. Dat kunnen tastbare en zichtbare sporen zijn, zoals voorwerpen in musea, archeologische vondsten, archieven, monumenten en landschappen.' (1) Maar wat maakt een monument tot joods cultureel erfgoed? In principe denk je bij een 'joods gebouw' in eerste instantie natuurlijk aan een bouwwerk dat rechtstreeks met de godsdienst in verband staat, zoals een synagoge of een toraschool. Maar dat is een wel erg nauwe definitie. Veel groter is de categorie gebouwen die geen directe religieuze functie dienden maar toch aan de joodse gemeente verbonden waren, zoals scholen en tehuizen voor bejaarden en weeskinderen. De grootste categorie betreft echter gebouwen die geen religieuze connotatie hebben, maar om andere redenen als 'joodse gebouwen' gezien kunnen worden. Koster & Schilt noemen er een aantal: panden met een joodse bewoner; panden in gebruik bij joodse organisaties of bedrijven; panden in een straat of blok met overwegend joodse nijverheid; panden gebouwd in opdracht van joodse opdrachtgevers of panden ontworpen door joodse architecten. De bovengenoemde Prof. Tulpstraat, die deel uitmaakt van het stedenbouwkundig ontwerp van de beroemde joodse arts dr. Samuel Sarphati, is misschien wel het duidelijkste voorbeeld van deze categorie, omdat deze straat al deze aspecten in zich verenigt.

In de praktijk gaat het vaak om slechts enkele van bovengenoemde aspecten. Het simpele feit dat een gebouw door een joodse architect is neergezet bijvoorbeeld, maakt het nog niet tot joods erfgoed. Zo is de Westergasfabriek, een werk van architect Isaac Gosschalk, uiteraard niet terug te vinden op de inventarisatielijst. Erg vastomlijnd zijn de criteria voor wat joods erfgoed is niet en dat past ook geheel in de geest van het project dat – door vele en veelzijdige joodse invloeden in de gebouwde omgeving van Amsterdam te documenteren – juist de verregaande graad van assimilatie benadrukt die in vooroorlogs Amsterdam bereikt was. Zo kan ook niet gesproken worden van een 'joodse bouwstijl'. Want, ook al lijkt het 'joodse warenhuis' de Bijenkorf als twee druppels water op zijn Berlijnse tegenhanger 'Kaufhaus des Westens', de stijl waarin deze gebouwen werden opgetrokken, sluit naadloos aan op de heersende Europese mode in warenhuisarchitectuur en kan dus juist gezien worden als voorbeeld van hoezeer het grootste deel van de joodse inwoners was opgegaan in de hoofdstedelijke cultuur.

Wat ontbreekt aan het rapport is een plattegrond waarop de geïnventariseerde panden staan aangegeven, maar dit lijkt een opzettelijke omissie. Immers, zo'n kaart zou kunnen herinneren aan de beruchte stippenkaart, die in 1941 in opdracht van de bezetter gemaakt werd en waarop met stippen het aantal joodse bewoners per buurt was aangegeven. Dat het project gevoelig lag, bleek ook wel uit de aanvankelijk afhoudende reactie van het Joods Historisch Museum (JHM). Het museum leek te vrezen dat een gedetailleerd overzicht van het joodse erfgoed zou leiden tot stigmatisering. Toch zijn BMA en JHM nu in gesprek over eventuele samenwerking. Dit ligt ook wel voor de hand, onder meer gezien het feit dat het museum sinds enige tijd joodsmonument.nl beheert. Deze website ter nagedachtenis aan alle Nederlandse slachtoffers van de Shoah levert een onvoorstelbare hoeveelheid gegevens over vooroorlogs joods Nederland. Eenieder die deze site wel eens heeft bezocht, kent het huiveringwekkende beeld dat een zoektocht per straat hier oplevert. (2) Het plan om in samenwerking een complete digitale cultuurhistorische atlas van joods Amsterdam te maken zou wel eens in een stroomversnelling kunnen raken nu ook andere stadsdelen hun interesse in het inventarisatieproject hebben laten blijken.

Oud-Zuid en Zuideramstel, die vanaf mei 2010 samen stadsdeel Zuid vormen, hebben hun deelname al toegezegd, zegt Jeroen Schilt in een telefonisch vraaggesprek. Dat het project in Zuid anders en misschien wel lastiger wordt dan in de binnenstad beseft hij terdege; hier is immers veel meer sprake van 'existerend erfgoed', met andere woorden behalve monumenten uit het verleden bevinden zich daar ook bestaande joodse instellingen. Te denken valt aan de Gerard Dou-synagoge (Pijp), het kantoor van Joods Maatschappelijk Werk (Concertgebouwbuurt) de scholen Rosj Pina en Maimonides of het Joods Cultureel Centrum (Buitenveldert). Deze zitten echt niet te wachten op een bordje bij de deur waarop de geschiedenis of het huidige gebruik van het pand precies uit de doeken wordt gedaan. De angst voor al te duidelijke aanwijzing als joodse instelling is begrijpelijk, dus moeten de onderzoekers zich afvragen tot welk jaar de inventarisatie doorloopt. Gaat zij door tot 1970, 1980 of misschien wel tot het heden? “Dat zijn vragen waar we nog niet uit zijn”, aldus Schilt.

Ook hebben Oud-Zuid en Zuideramstel al geld beschikbaar gesteld voor een inventarisatie door Koster & Schilt, die van start zal gaan als de stadsdelen zijn samengevoegd. Daarna zal ongetwijfeld het nieuwe stadsdeel Oost volgen, waar zich ook veel gebouwd joods erfgoed bevindt. Het ziet er dus naar uit dat op den duur het hele joodse patrimonium van Amsterdam geïnventariseerd zal worden, hetgeen niet per se hoeft te leiden tot blind behoud van alles wat naar joodse sporen zweemt. Wel wordt het, dankzij de informatie die dit project oplevert, mogelijk om bij toekomstige restauratie- en/of vernieuwingsplannen een op concrete cultuurhistorische kennis gefundeerde afweging te maken. Dit zal hopelijk leiden tot een zorgvuldige omgang met een zo belangrijk deel van de Amsterdamse geschiedenis.

Marieken van den Bichelaer


Koster N. en J. Schilt. Inventarisatie Joods Cultuurhistorisch Erfgoed. Stadsdeel Amsterdam-Centrum. Gemeente Amsterdam, Bureau Monumenten & Archeologie. Amsterdam, 2008. Het rapport is te downloaden via www.bma.amsterdam.nl.

Bronnen:
J. Schilt, 'Het joodse fundament van Amsterdam' in: V. van Rossem en G. van Tussenbroek (red.), Monumenten & Archeologie, jaarboek 8, Amsterdam 2009.
J. Stoutenbeek en P. Vigeveno, Wandelingen door Joods Amsterdam. Een cultuurhistorische gids, Amsterdam 1985.
Geraadpleegde sites:
bma.amsterdam.nl; jhm.nl; joodsamsterdam.nl; joodsmonument.nl; okito.nl.

Voetnoten:
(1) DEN (Digitaal Erfgoed Nederland), ABC-DE: Woordenboek voor het digitaal erfgoed, 2008, p. 54.
(2) Digitaal Monument Joodse Gemeenschap in Nederland; de herdenkingssite voor alle omgekomen joodse oorlogsslachtoffers, een initiatief van de vorig jaar overleden prof. Isaac Lipschits. Via deze site is het o.a. mogelijk om per adres op de weggevoerde bewoners te zoeken.

(Uit: Binnenstad 238, februari 2010)

Door in te loggen, kunt u ondermeer uw gegevens beheren. Alleen leden hebben een inlogaccount.

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.